X

Welkom op de officiële website van de Champagne

Als bezoeker van deze website, bevestig ik dat ik de wettelijke leeftijd heb om alcohol te verbruiken in het land verblijf

MENU CLOSE

showsearch
Champagne komt uit de Champagnestreek
  • facebook
  • twitter
  • pinterest
  • youtube
  • google+
  • wechat
  • rss

Terroir en oorpsrongsbenaming

<

De geschiedenis van de wijngaard en de Champagnebenaming

>

Oorsprong van de bubbeltjesvorming

Historische nota, geschreven door Benoît Musset, doctor in de geschiedenis, lector in de moderne geschiedenis aan de Universiteit van Maine.
11 september 2009

Champagne, of het ontstaan van de eerste mousserende wijn in een bepaald gebied

Het doen bruisen en mousseren van wijn is een verschijnsel dat reeds lang bekend is in de wijnsector. Het oudste document dat hier melding van maakt is een Egyptisch papyrusgeschrift van 23 oktober 522 na Christus. Hierin staan gevallen vermeld van annulering van wijnverkoop en wordt aangegeven  dat de gisting werd voortgezet in het voorjaar. Met andere woorden, men beschouwde deze tweede gisting, die normaal gesproken het vormen van bubbeltjes met zich meebracht, als een fout in de wijn 1.

In Europa zijn documenten teruggevonden uit de middeleeuwen waarin deze tweede gisting wordt vermeld, echter zonder dat dit in verband werd gebracht met een aparte soort wijn. Omstreeks 1200 organiseerde Jehan Bodel, afkomstig uit het noorden van Frankrijk, een proeverij in een taverne ter gelegenheid van het Sinterklaasspel. Een van de figuren omschrijft een naamloze, bruisende wijn: “Kijk eens hoe het zijn schuim verorbert en hoe het danst en sprankelt en kwispelt. Laat het even rusten op de tong, dan proef je vast en zeker een buitengewone wijn 2.

Men wist echter dat bepaalde wijnen van nature een neiging tot bruisen hadden, maar dit gebeurde niet op regelmatige basis en men  begreep ook niet hoe of waarom. In 1320 werd de Epernaywijn in een gedicht beschreven als “helder, glanzend, fijn, fris en sprankelend op de tong 3.” Deze bubbeltjes waren echter niet eigen aan de Champagnewijnen alleen. In 1571 geeft een Franse arts een opsomming hiervan, met de plaatsen waar de Champagnewijnen (Reims) de wijnen van de Bourgogne raken.

 

Deze wijnen die bruisen in het glas
als goede wijn uit Tonnerre
Chably, Aix, Beaune en Reims
Die gezonde mensen kunnen drinken
in alle Franse kantons

lopen over van voortreffelijkheid,
en verschaffen aan het lichaam zo'n
krachtige geest dat ze onbetaalbaar zijn
Maar men moet ze drinken met water
 4

Deze bruisende, niet mousserende wijnen waren wel bekend, maar niet echt in trek 5. Uit voorzorg werden zij bij het drinken ervan aangelengd met water. Een Italiaanse arts, die in 1572 in het Frans werd vertaald, schreef met een kritische noot dat deze wijnen “dansen in het glas en dat ze eigenlijk door doden zouden moeten gedronken worden.” 6.

En aldus vormt het ontstaan van de mousserende Champagnewijnen in de jaren 1670-1690 een ware breuk met de geschiedenis van sprankelende wijnen en dit om twee redenen. Om te beginnen, associeert men voor het eerst een sprankelende wijn met een nauwkeurig bepaald grondgebied, namelijk de Champagnestreek. En het is ook voor het eerst dat men specifieke vinificatietechnieken heeft ontwikkeld.

Het is inderdaad zo dat een Engelse verhandeling, voorgelegd aan de Royal Society van Londen op 17 december 1662, een recept bevatte om wijn te doen mousseren, maar in dit recept voegt men suiker toe aan reeds gemaakte wijn, kort voordat hij wordt geserveerd en dus niet tijdens het vervaardigen ervan. Bovendien had dit recept geen betrekking op één wijn in het bijzonder.

De mousserende Champagnewijn werd voor het eerst geciteerd door Sir George Etheredge in 1676 in “The Man of Mode” en kende vervolgens snel een glansrijk succes, eerst in Engeland en daarna ook in Frankrijk in de jaren 1700 7.  Deze extravagante wijn (de kurk die hard uit de fleshals schiet, schuim) die de vijf zintuigen in beroering brengt, maar ook zeer duur is, vond in eerste instantie hoofdzakelijk klandizie bij de aristocratie. De prijs ging nog verder omhoog, omdat de productie zo moeizaam was. De wijn moest immers meer dan zes maanden bewaard worden in fusten, dan gebotteld worden in het voorjaar en daarna moest me nog wachten tot het najaar. Het belletjesschuim ontstond op het moment dat het in het voorjaar aanwezige suikergehalte in de wijn toereikend was om een tweede gisting te veroorzaken. Omstreeks 1710 werden er minder dan 10 000 flessen verkocht per jaar 8.

De Champagneproducenten hadden echter geen kennis van het mechanisme van deze tweede gisting en het gebeurde dus vaak dat er wegens gebrek aan suiker geen belletjesschuim ontstond. En nog vaker ontploften de flessen op het moment dat de belletjes zich vormden. Meer dan een eeuw en talrijke inspanningen zijdens de producenten waren nodig, van 1700 tot 1800, om specifieke technieken te ontwikkelen: het afsluiten met een kurk met eerst een linnen en dan een ijzeren draad; het selecteren van de meest bestendige flessen; het variëren van de datum waarop de fles gebotteld wordt naargelang de jaren; het toevoegen van suiker aan reeds gebottelde wijn; het gebruik van kelders met een stabiele temperatuur om het bewaarproces van de wijn te verbeteren; het afvoeren van de afzetting aan de hand van dégorgement (ontgisting) vanaf de jaren 1780-1790.

In de loop van de 18de eeuw was de mousserende Champagnewijn de enige in zijn soort. In 1701 gaf Furetière in zijn woordenboek, genaamd “Dictionnaire”, reeds een definitie van het woord “mousserend”: “kan eigenlijk alleen maar gezegd worden van de Champagnewijn die mousseert 9.” In 1770 gaf Beguillet, een bourgeois uit  Bourgogne, die de Champagnewijn niet goed gezind was, toe dat er sprake was van een technisch alleenrecht ten aanzien van mousserende wijn: “deze industrie is er in zijn eentje in geslaagd wijn uit te vinden die nooit heeft bestaan en een reputatie te geven aan een waar dat men voorheen niet kende 10.”

Deze technieken werden echter reeds vanaf de jaren 1790-1800 toegepast in andere wijngaarden: Arbois, bewijs daterend uit 1792, en Zwitserland worden meerdere malen vernoemd. In 1833 heeft een Engelse schrijver, Cyrus Redding, een inventaris opgemaakt van verschillende mousserende wijnen in Frankrijk: Die, Saint-Péray in de Ardèche, Limoux, Anjou, Belfort.  Hij maakte ook melding van mousserende wijnen in Italië en Duitsland 11. Aan het eind van de 19de eeuw breidde de producentenkring zich nog verder uit naar Rusland, Hongarije, Spanje en de Verenigde Staten 12. Het feit dat de bewoordingen “Champagnemaking” of “Champagnemethode” worden gebruikt in  andere wijngaarden tijdens de eerste dertig jaar van de 19de eeuw, toont duidelijk aan dat Champagne de oprichter is van dit soort wijn en haar technieken.

Los van alle overwegingen met betrekking tot de kwaliteit van deze of gene mousserende wijn, kunnen wij bevestigen, in het licht van bewezen documenten, dat Champagne op historisch vlak de allereerste mousserende wijn is die werd geproduceerd in een bepaald gebied en dit op regelmatige wijze en door plaatselijke producenten.

MEER INFO

BRUN (Jean-Pierre), “Le vin et l’huile dans la Méditerranée antique. Viticulture, oléiculture et procédés de fabrication (Wijnbouw, olijventeelt en vervaardigingsprocedés), Parijs, Errance, 2003, p.77.

2 BODEL (Jehan), Le Jeu de saint Nicolas, v. 642-762, vertaald in modern Frans door M. Mezghani-Manal, aangehaald in ARGOD-DUTARD (Françoise), Voyage au pays du vin. Histoire, anthologie, dictionnaire (Reis naar het land van de wijn. Geschiedenis, Bloemlezing, woordenboek), Parijs Robert Laffont, 2007, p.381.

3 DEVROEY (Jean-Pierre), L’éclair d’un bonheur, Paris, La Manufacture, 1989, p.103. Vertaling in modern Frans van ‘Dit des trois dames de Paris’ van Watriquet de Couvin.

4 DU FOUR DE LA CRESPELIERE, Commentaar in versvorm op de school van Salerne, inhoudende manieren om de dokter buiten de deur te houden en lang in goede gezondheid te leven, Parijs, 1571, 714p.

5 De stelling volgens dewelke mousserende wijn “uitgevonden” zou zijn in de Limoux in de jaren 1530, houdt nauwelijks stand. De eerste vermelding van de “blanquette de Limoux” stamt uit 1544 in de vorm van de koop van “twee flesjes blanquette” in de boekhouding van Mijnheer d’Arques. De aanduiding “blanquette” verwijst echter naar de wijnstok en niet naar een sprankelende wijn. Tot aan het begin van de 19de eeuw vindt men geen enkele vermelding van de Limouxwijn te midden van de mousserende wijnen in de wijnverhandelingen en zelfs niet in reisverslagen. GAVIGNAUD-FONTAINE (Geneviève), LARGUIER (Gilbert), Le vin en Languedoc et en Roussillon. De la tradition aux mondialisations, XVIe-XXIe siècle, Perpignan, Trabucaire, 2007, p.26-27.

6 Secrets de la vraye agriculture [...]. Vertaald in het Frans uit het Italiaans door de heer Augustin Gallo door François de Belleforest, comingeois, Parijs, 1572, p.86. Vertaling in modern Frans.

7 « The the sparkling champaign, puts an end to their Reign, it quickly recovers poor languishing Lovers » ; ETHERDGE (George), The Man of Mode, Londen, 1676. Uitgegeven door JEFFARES (A. Norman), Restoration Comedy, Londen, 1974, t. 1, p.591 (akte IV, scène 1).

MUSSET (Benoît), Vignobles de Champagne et vins mousseux. Histoire d’un mariage de raison (1650- 1830), Parijs, Fayard, 2008, 792 p.

Aangehaald door GANDILHON (René), La Naissance du Champagne, Parijs, Hachette, 1968, p.176.

10 BEGUILLET (Edme), Œnologie ou discours sur la méthode de faire le vin et de cultiver les vignes, Dijon, 1770, p.30.

11 REDDING (Cyrus), A History and Description of Modern Wines, Londen, 1833, 407 p.

12 MOREAU-BERILLON (Camille), Au pays du Champagne. Le vignoble, le vin, Reims, 1924, p.141 en volgende