X

Welkom op de officiële website van de Champagne

Als bezoeker van deze website, bevestig ik dat ik de wettelijke leeftijd heb om alcohol te verbruiken in het land verblijf

MENU CLOSE

showsearch
Champagne komt uit de Champagnestreek
  • facebook
  • twitter
  • instagram
  • youtube
  • wechat
  • rss

Terroir en oorpsrongsbenaming

<

De geschiedenis van de wijngaard en de Champagnebenaming

>

De naam “Champagne” vindt zijn oorsprong in de Champagnemythe, die het resultaat is van drie concrete troeven. Ten eerste, de heel bijzondere grond die de wijn een exclusief karakter geeft. Ten tweede, de vindingrijkheid van de bewoners van de Champagnestreek, die erin geslaagd zijn het gistingsproces onder de knie te krijgen. En ten derde, het talent waarmee zij de wereldwijde naamsbekendheid en haar elitaire positie hebben weten te ontwikkelen.

Een terroir vol geschiedenis

De Romeinen waren grote wijnliefhebbers en tevens experten op het gebied van wijnbouw. Zij begrepen de kunst van het uitzoeken van de beste heuvels voor de wijnstokken en het kiezen van goed gedraineerde grond en terreinen met veel zonlicht. Zij hebben wijnstokken gecultiveerd die bestand waren tegen het strenge klimaat.

Daarna hebben de bisschoppen de taak van de Romeinse patriciërs overgenomen. De aartsbisschop van Reims, alsook de grote abdijen van Hautvillers, Saint-Thierry, Reims (Saint Remi) en Saint Nicaise waren de trotse bezitters van grote wijngaarden. De methodes en de knowhow op het gebied van wijnbouw zijn aldus op hun domeinen tot ontwikkeling gekomen.

In de middeleeuwen vertoonden de Champagnewijnen van nature lichte en vluchtige bubbels vanwege de onvolledige gisting van de most. Met hun lichtrode of witte kleur was hun identiteit reeds overduidelijk: levendig, licht, helder, weinig zoet. Toen al dankten zij hun zeer bijzondere karakter aan de noordelijke ligging en de krijtachtige ondergrond van de wijngaard.

De dicht beplante wijngaarden brachten talrijke taken met zich mee het hele wijnjaar door. Snoeien werd toen al beschouwd als de basishandeling van het verbouwen en het snoeimesje werd het symbool van het beroep.

Hoogbegaafdheid in de Champagnestreek

Assemblage

De monniken assembleerden vanaf het begin de druiven. Zij namen druiven in ontvangst die afkomstig waren van verschillende wijnstokken en percelen die de wijnboeren naar hen brachten als betaling van de tiende en persten deze samen.

Sommige monniken, keldermeesters, zoals de beroemde Dom Pérignon van de abdij van Hautvilliers, hebben het assembleren weten om te zetten in een ware en nauwkeurige knowhow. Zij selecteerden druiven van verschillende herkomst om evenwichtige wijnen te verkrijgen.

Later gingen de Champagnehuizen wijnen assembleren afkomstig van verschillende wijnstokken, cru's en zelfs jaren om het beste te halen uit de verscheidenheid van de Champagneterroir en aldus een beter resultaat te verkrijgen dan de som van eigenschappen van iedere wijn apart.

Het assembleren gaf hen de mogelijkheid om wijnen te maken die harmonieuzer waren en bovenal meer getypeerd, met een constante smaak en kwaliteit. Dit was iets revolutionairs in een tijd waar de wisselvalligheden van de natuur de boventoon voerden.

Het wit persen van zwarte druiven

Volgens de geschiedenis waren de twee belangrijkste wijnstokken in de Champagnestreek de “gouais”, een wijnstok die voornamelijk te vinden was in de Montagne en rode wijn gaf, en de “fromenteau” met lichte, grijs-roze druiven, die heldere witte wijn gaf en hoofdzakelijk groeide in de Rivière.

Deze witte wijnen, die werden gehaald uit de eerste “cuvée” (opbrengst) om te voorkomen dat de wijn ging verkleuren, hadden de reputatie “clers, fremians, fors, fins, frès, sur langue frians” (helder, sprankelend, sterk, fijn, fris en heerlijk op te tong) te zijn en waren toen dus al zeer geliefd vanwege hun natuurlijke bubbels.

Vanaf de 14e eeuw ging de voorkeur van de klanten uit naar witte wijn, hoger in kleur, of lichte lichtrode wijn, de zogenoemde “clairet”. In het kielzog van deze modetrend is toen een cru van het Dal van de Marne, Aÿ, op de voorgrond getreden, die voorlopig de benaming overnam van alle Rivièrewijnen. Halverwege de 16e eeuw spreidt zijn faam zich uit tot alle Champagnewijnen. Om hun wijnen verder te perfectioneren, gaan de Rivièrewijnboeren een "grijze wijn" produceren met een nieuwe wijnstok van betere kwaliteit, de “pinot noir”. De druiven werden geplukt een halfuur na zonsopgang, tot 9 of 10 uur. Daarna werden de druiven langzaam geperst en zorgde men ervoor dat niets bij het sap van de eerste persing kon komen zodat men een zeer witte wijn verkreeg die mooi schitterde en lang bewaard kon worden.

Mousserende Champagne

De Champagnemythe breidt zich vervolgens nog verder uit dankzij de derde geniale inval van de Champagnewijnboeren, de beheersing van het koolzuurgehalte, de bubbeltjes, in de wijn. Oorspronkelijk zou er een plaatselijke vinificatie voor mousserende wijn bestaan hebben, de “tocane” van Aÿ. Het betrof een traditionele gefermenteerde wijn met een geduchte zuurheidsgraad, maar die erg in trek was omstreeks 1675.

Deze voorliefde zou een steeds groter wordend aantal wijnhuizen ertoe hebben aangezet een deel van hun wijnen mousserend te maken zonder dat zij precies wisten in die tijd hoe zij het ontstaan van koolzuur en de verhoging hiervan in gang konden zetten.

Men is er toen achter gekomen dat de wijn gaat mousseren als hij in een fles wordt gedaan meteen na de oogst tot aan de maand mei. Tijdens deze overgangsperiode, die tot 1730 heeft geduurd, beheerste men nog niet echt "het mousseren" en gebruikte men hiervoor alleen zure wijnen, “blancs de blancs”, waarvan de natuurlijke gisting veel sterker gemarkeerd is. Maar beetje bij beetje, op basis van constante observaties, kwam men erachter dat ook grijze wijnen konden mousseren als men ze in de fles deed bij de eerste maan van de maand maart volgend op de oogst.

Het bubbeltjesgehalte in deze begintijd was dus uiterst variabel, men beheerste het procedé immers nog niet goed, en de verliezen waren talrijk. Men moest flessen maken met dikker glas, bestand tegen hoge druk, en ook de houten doppen vervangen door kurk om drukverlies en het verlies van de wijn zelf te voorkomen. Sinds 1730 is het zoeken naar een manier om het bubbeltjesgehalte te verbeteren nooit gestopt.

Meer informatie over de oorsprong van de bubbels

De faam van de Champagnewijnen

Het Koninkrijk Frankrijk is ontstaan in Reims met de doop van Clovis, waardoor de Champagnewijn nauw in verband werd gebracht met de Koning en de adelstand en aldus de wijdingswijn en de "koningswijn" werd.

Toen de Champagnewijnen mousserende wijnen werden aan het eind van de 17de eeuw, vielen zij onmiddellijk in de smaak van vorsten, adellieden en rijke mensen. Al bij de aanvang van de 19de eeuw hebben de wijnhuizen stappen ondernomen om hun Champagne wereldwijd bekend te maken bij de aristocraten. Hun reizen zijn ware avonturen, soms vol gevaren, en voeren hen naar Rusland, de Verenigde Staten…

Champagne vertegenwoordigt de Franse cultuur, staat voor liberalistische ideeën, de Franse geest. En tijdens de volledige 19de eeuw, vol voorspoed en waar feestvieren steeds populairder werd, wordt zijn uitstraling groter en groter bij een nieuw, maar nog steeds elitair publiek. Champagne gaat hand in hand met vrolijkheid en feestvieren. En de mythe gaat verder in het begin van de 20ste eeuw met de Belle Epoque, de gouden tijd voor Champagne, gevolgd door de Années Folles.

 

Bij het aanbreken van de 20ste eeuw is de Champagnemythe dus enorm groot: zijn reputatie is wereldwijd en Champagne is de wijn bij uitstek om iets te vieren. De identiteit van Champagne is een feit. De naam Champagne wordt al snel overgenomen voor alle wijnen uit deze provincie en heeft ook voor het eerst erkenning verkregen zijdens de rechtbanken.